1 Korinthe 11:28-34

SV

28Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
29Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
30Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
32Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.
33Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
34Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.

KJV

28But let a man examine himself, and so let him eat of that bread, and drink of that cup.
29For he that eateth and drinketh unworthily, eateth and drinketh damnation to himself, not discerning the Lord's body.
30For this cause many are weak and sickly among you, and many sleep.
31For if we would judge ourselves, we should not be judged.
32But when we are judged, we are chastened of the Lord, that we should not be condemned with the world.
33Wherefore, my brethren, when ye come together to eat, tarry one for another.
34And if any man hunger, let him eat at home; that ye come not together unto condemnation. And the rest will I set in order when I come.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.