1 Korinthe 11:29-32

SV

29Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
30Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
32Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

KJV

29For he that eateth and drinketh unworthily, eateth and drinketh damnation to himself, not discerning the Lord's body.
30For this cause many are weak and sickly among you, and many sleep.
31For if we would judge ourselves, we should not be judged.
32But when we are judged, we are chastened of the Lord, that we should not be condemned with the world.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.