SV
7Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.
8Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man.
9Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man.
10Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil.
11Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere.
12Want gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen zijn uit God.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637