SV
29En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen.
30Doch indien een ander, die er zit, iets geopenbaard is, dat de eerste zwijge.
31Want gij kunt allen, de een na den ander profeteren, opdat zij allen leren, en allen getroost worden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637