SV
34Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.
35En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken.
36Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen?
37Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.
38Maar zo iemand onwetend is, die zij onwetend.
39Zo dan, broeders, ijvert om te profeteren, en verhindert niet in vreemde talen te spreken.
40Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637