SV
5En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven.
6Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.
7Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.
8En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.
9Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637