SV
22Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;
23Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt;
24Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637