SV
1En de kinderen der profeten zeiden tot Elisa: Zie nu, de plaats, waar wij wonen voor uw aangezicht, is voor ons te eng.
2Laat ons toch tot aan de Jordaan gaan, en elk van daar een timmerhout halen, dat wij ons daar een plaats maken, om er te wonen. En hij zeide: Gaat heen.
3En er zeide een: Het believe u toch te gaan met uw knechten. En hij zeide: Ik zal gaan.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637