2 Petrus 1:5-10

SV

5En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,
6En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,
7En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.
8Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onzen Heere Jezus Christus.
9Want bij welken deze dingen niet zijn, die is blind, van verre niet ziende, hebbende vergeten de reiniging zijner vorige zonden.
10Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.

KJV

5And beside this, giving all diligence, add to your faith virtue; and to virtue knowledge;
6And to knowledge temperance; and to temperance patience; and to patience godliness;
7And to godliness brotherly kindness; and to brotherly kindness charity.
8For if these things be in you, and abound, they make you that ye shall neither be barren nor unfruitful in the knowledge of our Lord Jesus Christ.
9But he that lacketh these things is blind, and cannot see afar off, and hath forgotten that he was purged from his old sins.
10Wherefore the rather, brethren, give diligence to make your calling and election sure: for if ye do these things, ye shall never fall:
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.