SV
5En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,
6En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,
7En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637