SV
30Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.
32Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.
33De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
30And thou shalt anoint Aaron and his sons, and consecrate them, that they may minister unto me in the priest's office.
32Upon man's flesh shall it not be poured, neither shall ye make any other like it, after the composition of it: it is holy, and it shall be holy unto you.
33Whosoever compoundeth any like it, or whosoever putteth any of it upon a stranger, shall even be cut off from his people.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version