SV
64Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend driehonderd en zestig.
65Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd zangers en zangeressen.
66Hun paarden waren zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;
67Hun kemelen, vierhonderd vijf en dertig; de ezelen, zes duizend zevenhonderd en twintig.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
64The whole congregation together was forty and two thousand three hundred and threescore,
65Beside their servants and their maids, of whom there were seven thousand three hundred thirty and seven: and there were among them two hundred singing men and singing women.
66Their horses were seven hundred thirty and six; their mules, two hundred forty and five;
67Their camels, four hundred thirty and five; their asses, six thousand seven hundred and twenty.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version