Galaten 1:11-24

SV

11Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens.
12Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.
13Want gij hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve verwoestte;
14En dat ik in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen.
15Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade,
16Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed;
17En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus.
18Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen.
19En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren.
20Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!
21Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrie en van Cilicie.
22En ik was van aangezicht onbekend aan de Gemeenten in Judea, die in Christus zijn.
23Maar zij hadden alleenlijk gehoord, dat men zeide: Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte.
24En zij verheerlijkten God in mij.

KJV

11But I certify you, brethren, that the gospel which was preached of me is not after man.
12For I neither received it of man, neither was I taught it, but by the revelation of Jesus Christ.
13For ye have heard of my conversation in time past in the Jews' religion, how that beyond measure I persecuted the church of God, and wasted it:
14And profited in the Jews' religion above many my equals in mine own nation, being more exceedingly zealous of the traditions of my fathers.
15But when it pleased God, who separated me from my mother's womb, and called me by his grace,
16To reveal his Son in me, that I might preach him among the heathen; immediately I conferred not with flesh and blood:
17Neither went I up to Jerusalem to them which were apostles before me; but I went into Arabia, and returned again unto Damascus.
18Then after three years I went up to Jerusalem to see Peter, and abode with him fifteen days.
19But other of the apostles saw I none, save James the Lord's brother.
20Now the things which I write unto you, behold, before God, I lie not.
21Afterwards I came into the regions of Syria and Cilicia;
22And was unknown by face unto the churches of Judaea which were in Christ:
23But they had heard only, That he which persecuted us in times past now preacheth the faith which once he destroyed.
24And they glorified God in me.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.