SV
9En Sara zag den zoon van Hagar, de Egyptische, dien zij Abraham gebaard had, spottende.
14Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en nam brood, en een fles water, en gaf ze aan Hagar, die leggende op haar schouder; ook gaf hij haar het kind, en zond haar weg. En zij ging voort, en dwaalde in de woestijn Ber-seba.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637