SV
29En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede.
30En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.
31Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte.
32En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?
33Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte.
34En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637