SV
1Jakob toog ook zijns weegs; en de engelen Gods ontmoetten hem.
2En Jakob zeide, met dat hij hen zag: Dit is een heirleger Gods! en hij noemde den naam derzelver plaats Mahanaim.
22En hij stond op in dienzelfden nacht, en hij nam zijn twee vrouwen, en zijn twee dienstmaagden, en zijn elf kinderen, en hij toog over het veer van de Jabbok.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637