Jeremia 30:4-7

SV

4En dit zijn de woorden, die de HEERE gesproken heeft van Israel en van Juda.
5Want zo zegt de HEERE: Wij horen een stem der verschrikking; er is vrees en geen vrede.
6Vraagt toch en ziet, of een manspersoon baart? Waarom zie Ik dan eens iegelijken mans handen op zijn lenden, als van een barende vrouw, en alle aangezichten veranderd in bleekheid?
7O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.

KJV

4And these are the words that the LORD spake concerning Israel and concerning Judah.
5For thus saith the LORD; We have heard a voice of trembling, of fear, and not of peace.
6Ask ye now, and see whether a man doth travail with child? wherefore do I see every man with his hands on his loins, as a woman in travail, and all faces are turned into paleness?
7Alas! for that day is great, so that none is like it: it is even the time of Jacob's trouble; but he shall be saved out of it.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.