Jesaja 3:16-26

SV

16Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren.
17Zo zal de HEERE den schedel der dochteren van Sion schurftig maken, en de HEERE zal haar schaamte ontbloten.
18Ten zelfden dage zal de HEERE wegnemen het sieraad der kousebanden, en de netjes, en de maantjes.
19De reukdoosjes, en de kleine ketentjes, en de glinsterende kledingen,
20De hoofdkroning, en de armversierselen, en de bindselen, en de reukballetjes, en de oorringen,
21De ringen en de voorhoofdsierselen,
22De wisselklederen, en de manteltjes, en de hoedjes, en de buidels,
23De spiegels, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoeken, en de sluiers.
24En het zal geschieden, dat er voor specerij stank zal zijn, en lossigheid voor een gordel, en kaalheid in plaats van haarvlechten, en omgording eens zaks in plaats van een wijden rok, en verbranding in plaats van schoonheid.
25Uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.
26En haar poorten zullen treuren, en leed dragen, en zij zal, ledig gemaakt zijnde, op de aarde zitten.

KJV

16Moreover the LORD saith, Because the daughters of Zion are haughty, and walk with stretched forth necks and wanton eyes, walking and mincing as they go, and making a tinkling with their feet:
17Therefore the Lord will smite with a scab the crown of the head of the daughters of Zion, and the LORD will discover their secret parts.
18In that day the Lord will take away the bravery of their tinkling ornaments about their feet, and their cauls, and their round tires like the moon,
19The chains, and the bracelets, and the mufflers,
20The bonnets, and the ornaments of the legs, and the headbands, and the tablets, and the earrings,
21The rings, and nose jewels,
22The changeable suits of apparel, and the mantles, and the wimples, and the crisping pins,
23The glasses, and the fine linen, and the hoods, and the vails.
24And it shall come to pass, that instead of sweet smell there shall be stink; and instead of a girdle a rent; and instead of well set hair baldness; and instead of a stomacher a girding of sackcloth; and burning instead of beauty.
25Thy men shall fall by the sword, and thy mighty in the war.
26And her gates shall lament and mourn; and she being desolate shall sit upon the ground.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.