SV
20Toen stond Job op, en scheurde zijn mantel, en schoor zijn hoofd, en viel op de aarde, en boog zich neder;
21En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!
22In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637