SV
11Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.
12Die keert zich dan naar Zijn wijzen raad door ommegangen, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde.
13Hetzij dat Hij die tot een roede, of tot Zijn land, of tot weldadigheid beschikt.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637