Job 39:4-7

SV

4Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?
5Zult gij de maanden tellen, die zij vervullen, en weet gij den tijd van haar baren?
6Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?
7Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.

KJV

4Their young ones are in good liking, they grow up with corn; they go forth, and return not unto them.
5Who hath sent out the wild ass free? or who hath loosed the bands of the wild ass?
6Whose house I have made the wilderness, and the barren land his dwellings.
7He scorneth the multitude of the city, neither regardeth he the crying of the driver.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.