SV
22Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
23Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637