SV
20Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn?
21Alzo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637