Lukas 15:25-31

SV

25En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,
26En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn.
27En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.
28Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.
29Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.
30Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.
31En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.

KJV

25Now his elder son was in the field: and as he came and drew nigh to the house, he heard musick and dancing.
26And he called one of the servants, and asked what these things meant.
27And he said unto him, Thy brother is come; and thy father hath killed the fatted calf, because he hath received him safe and sound.
28And he was angry, and would not go in: therefore came his father out, and intreated him.
29And he answering said to his father, Lo, these many years do I serve thee, neither transgressed I at any time thy commandment: and yet thou never gavest me a kid, that I might make merry with my friends:
30But as soon as this thy son was come, which hath devoured thy living with harlots, thou hast killed for him the fatted calf.
31And he said unto him, Son, thou art ever with me, and all that I have is thine.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.