SV
22En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.
23Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.
24Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
22And Jesus answering saith unto them, Have faith in God.
23For verily I say unto you, That whosoever shall say unto this mountain, Be thou removed, and be thou cast into the sea; and shall not doubt in his heart, but shall believe that those things which he saith shall come to pass; he shall have whatsoever he saith.
24Therefore I say unto you, What things soever ye desire, when ye pray, believe that ye receive them, and ye shall have them.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version