SV
15En om macht te hebben, de ziekten te genezen, en de duivelen uit te werpen.
16En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;
17En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;
18En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,
19En Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637