SV
2En ik zag de zeven engelen, die voor God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven.
3En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is.
4En de rook des reukwerks, met de gebeden der heiligen, ging op van de hand des engels voor God.
5En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
2And I saw the seven angels which stood before God; and to them were given seven trumpets.
3And another angel came and stood at the altar, having a golden censer; and there was given unto him much incense, that he should offer it with the prayers of all saints upon the golden altar which was before the throne.
4And the smoke of the incense, which came with the prayers of the saints, ascended up before God out of the angel's hand.
5And the angel took the censer, and filled it with fire of the altar, and cast it into the earth: and there were voices, and thunderings, and lightnings, and an earthquake.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version