SV
1Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.
3Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen.
4Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien.
7Verder, het licht is zoet, en het is den ogen goed de zon te aanschouwen;
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637