SV
12Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.
17Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
12By them shall the fowls of the heaven have their habitation, which sing among the branches.
17Where the birds make their nests: as for the stork, the fir trees are her house.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version