Psalmen 119:17-24

SV

17Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.
18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
19Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.
20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
23Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.
24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.

KJV

17GIMEL. Deal bountifully with thy servant, that I may live, and keep thy word.
18Open thou mine eyes, that I may behold wondrous things out of thy law.
19I am a stranger in the earth: hide not thy commandments from me.
20My soul breaketh for the longing that it hath unto thy judgments at all times.
21Thou hast rebuked the proud that are cursed, which do err from thy commandments.
22Remove from me reproach and contempt; for I have kept thy testimonies.
23Princes also did sit and speak against me: but thy servant did meditate in thy statutes.
24Thy testimonies also are my delight and my counsellors.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.