SV
9Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.
10Hij heeft geen lust aan de sterkte des paards; Hij heeft geen welgevallen aan de benen des mans.
11De HEERE heeft een welgevallen aan hen, die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637