SV
18En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust.
41Want zij kwamen alweder, en verzochten God, en stelden den Heilige Israels een perk.
56Maar zij verzochten en verbitterden God, den Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen niet.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637