Psalmen 83:4-9

SV

4Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
5Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
6Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
7De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
8Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
9Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.

KJV

4They have said, Come, and let us cut them off from being a nation; that the name of Israel may be no more in remembrance.
5For they have consulted together with one consent: they are confederate against thee:
6The tabernacles of Edom, and the Ishmaelites; of Moab, and the Hagarenes;
7Gebal, and Ammon, and Amalek; the Philistines with the inhabitants of Tyre;
8Assur also is joined with them: they have holpen the children of Lot. Selah.
9Do unto them as unto the Midianites; as to Sisera, as to Jabin, at the brook of Kison:
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.