SV
4Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
5Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
6Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
7De tenten van Edom en der Ismaelieten, Moab en de Hagarenen;
8Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
9Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637