SV
10Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande.
11Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.
12Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.
13Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637