SV
7Twee dingen heb ik van U begeerd, onthoud ze mij niet, eer ik sterve:
8Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
9Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637