SV
1Daarna toonde Hij mij Josua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des HEEREN; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan.
2Doch de HEERE zeide tot den satan: De HEERE schelde u, gij satan! ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt?
3Josua nu was bekleed met vuile klederen, als hij voor het aangezicht des Engels stond.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637